Zoek Schilder

dinsdag 20 juni 2017

300 miljoen S'werelds Duurste Schilderij | Willem de Kooning (1904-1997)

Het van oorsprong Nederlandse schilder Willem de Kooning (1904-1997) heeft tot nu toe het duurste schilderij ooit op zijn naam staan. Zijn werk Interchange (1955) werd in september 2015 voor bijna 279 miljoen euro verkocht. Het ging hier om een onderhandse verkoop, waarbij geen veilinghuis betrokken was. 

(Wie een kunstwerk uit de buitencategorie wil verkopen, laat het niet op een veiling aankomen. Van de (voor zover bekend) tien duurste schilderijen ter wereld zijn er acht, waaronder de zes duurste, via onderhandse verkopen van eigenaar verwisseld.)


Het schilderij is gekocht door  Ken Griffin (geboren 15, 1968) een Amerikaanse investeerder. Hij is eigenaar van het meest succesvolle investeerders bedrijf Citadel. (opgericht in 1990). Het bedrijf word geschat op een waarden van maar liefst $25 billion.

Ken Griffin
Willem de Kooning
 KOONING, Willem de (1904-1997)

Kooning, Willem de, schilder en beeldhouwer (Rotterdam 24-4-1904 - East Hampton (New York, Verenigde Staten) 19-3-1997). Zoon van Leendert de Kooning, groothandelaar in dranken, en Cornelia Nobel, caféhoudster. Gehuwd op 9-12-1943 met Elaine Marie Fried (1918-1989), schilderes en kunstcritica. Dit huwelijk bleef kinderloos. Uit een relatie met Joan Ward, reclametekenares, werd 1 dochter geboren. De Kooning kreeg op 13-3-1962 de Amerikaanse nationaliteit.

Willem de Kooning werd geboren in armelijke omstandigheden in een arbeidersbuurt in Rotterdam-Noord. Hij was het vijfde en jongste kind in een mislukt huwelijk. Behalve zijn oudste zuster stierven de overige kinderen kort na de geboorte. Toen hij twee jaar was gingen zijn ouders uit elkaar. Willem werd grootgebracht door zijn opvliegende en hardhandige moeder en haar nieuwe echtgenoot, die onder meer als caféhouder moeizaam probeerde in zijn bestaan te voorzien. Na de lagere school moest Willem gaan werken. Omdat hij goed kon tekenen, kwam hij in 1916 als jongste bediende terecht bij een firma in binnenhuisarchitectuur.

De gebroeders Gidding specialiseerden zich in luxueuze interieurverzorging. Jaap Gidding, later zelf een bekend sierkunstenaar uit de Nederlandse 'art déco', zag iets in zijn jeugdige medewerker en liet hem vanaf 1917 in de avonduren, na gedane arbeid bij het bedrijf, op zijn kosten een kunstopleiding volgen. Op de Rotterdamse Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen kreeg De Kooning een gedegen traditionele scholing in het tekenen en schilderen. Door docenten als de graficus en schilder Jac. Jongert en de typograaf en industrieel ontwerper Piet Zwart kwam hij daarnaast in aanraking met modernistische denkbeelden over de toegepaste kunst. Tot 1922 zou hij hier, met onderbrekingen, lessen blijven volgen.

Intussen was De Kooning in 1920 als werknemer overgestapt naar Bernard Romein, die in Rotterdam winkelinrichtingen en etalages verzorgde. De Kooning hield zich toen vooral met belettering bezig. Maar Romein attendeerde hem ook op het werk van de schilder Piet Mondriaan en nieuwe kunststromingen als De Stijl en het Bauhaus. Nog vele jaren bleef De Kooning ervan overtuigd dat hij zijn toekomst moest zoeken in de moderne vormgeving en ontwerpkunst. In 1924/1925 verbleef hij met twee schilderende vrienden een aantal maanden in Brussel, waar hij zich in leven hield met het maken van uithangborden en portretten.

Na terugkeer in Nederland besloot De Kooning zijn geluk nog verder weg te beproeven. Er was thuis weinig dat hem bond. In 1926 maakte hij als verstekeling aan boord van het Britse vrachtschip SS 'Shelley' de overtocht naar de Verenigde Staten. Hij was toen 22 jaar en sprak geen woord Engels. Hij voelde zich tot Amerika aangetrokken - zo zei hij later - door wat hij ervan in bioscoopfilms had gezien, in het bijzonder de vrouwen. Het eerste jaar woonde hij in een tehuis voor Nederlandse zeelieden in Hoboken (New Jersey), maar in 1927 vond hij een onderkomen in Manhattan.

De Kooning hoopte in New York als reclameontwerper en etaleur aan de slag te kunnen, maar tot zijn verbazing merkte hij al snel dat hij als zodanig minder verdiende dan in het bouwbedrijf. Hij nam daarom nog lange tijd opdrachten aan als timmerman en huisschilder. Daarnaast begon hij te experimenteren met de vrije schilderkunst. Zijn vrienden zocht 'Bill' bij voorkeur in het New-Yorkse kunstenaarsmilieu, zoals de kunsttheoreticus John Graham, en de schilder Arshile Gorky. Velen van hen waren immigranten als hijzelf, die in de Verenigde Staten belangstelling probeerden te wekken voor de nieuwste Europese kunststromingen. In het gezelschap van deze uitbundige en welbespraakte mannen maakte De Kooning soms een wat timide indruk. Hij zou het Engels nooit helemaal machtig worden; zijn leven lang hield hij een zwaar Nederlands accent. Over zijn status en ambities als kunstenaar verkeerde hij voortdurend in twijfel, nog eens te meer toen hij eindelijk als reclametekenaar een goed salaris kon vragen. Hij genoot van de kameraadschap in het 'vie de bohème', maar liet zich niet binden, ook niet door een van zijn talrijke vriendinnen.

In 1935 introduceerde de regering van president F.D. Roosevelt, in het kader van de Works Progress Administration (WPA), het Federal Art Program, bedoeld om werkloze kunstenaars financieel te steunen en aan opdrachten te helpen. Ofschoon hij niet werkloos was en er in inkomen zelfs op achteruit zou gaan, meldde De Kooning zich als deelnemer. Het programma gaf hem de mogelijkheid zich bij wijze van proef volledig aan de beeldende kunst te wijden. De opdrachten bestonden grotendeels uit het maken van wandschilderingen in openbare gebouwen. Zo ontwierp hij onder leiding van de Franse modernistische schilder Fernand Léger een muurdecoratie voor de ontvangsthal van een scheepvaartmaatschappij, die echter nooit werd uitgevoerd. In 1936 was er voor het eerst in het openbaar werk van De Kooning te zien op een door het WPA-programma gehouden expositie in het Museum of Modern Art in New York. Toen hij in 1937 ontslag moest nemen, omdat het project werd gesloten voor niet-Amerikaanse kunstenaars, hield hij vast aan zijn eerder genomen besluit. Voortaan was hij alleen nog kunstschilder.

Van de politieke twisten die de links-georiënteerde Amerikaanse kunstwereld aan het eind van de jaren dertig verdeelden, hield De Kooning zich afzijdig. In een ideaal van proletarische solidariteit kon hij zich goed vinden, maar hij had een afkeer van theoretische scherpslijperij. Zijn kunstopvatting was even weinig dogmatisch. De indertijd door velen als dwingend voorgestelde keuze tussen figuratie en abstractie legde hij naast zich neer. Hij bleef beide typen kunst naast elkaar beoefenen, op een vergelijkbare manier als de Spaanse schilder Picasso, een van zijn grote voorbeelden. In 1938 begon De Kooning met zijn eerste reeks melancholieke staande mannen- en vrouwenfiguren. Daarnaast maakte hij ook zuiver abstracte schilderijen, waarin echter toch altijd nog herinneringen aan een landschap waren te vinden, of in elk geval een suggestie van ruimte. De Kooning noemde later de ruimte zelfs het hoofdthema van zijn werk.

Over zijn prestaties was De Kooning steeds zeer kritisch, maar door zijn collega's werden zijn schilderijen als verrassend en vernieuwend ervaren. Hij leek de meest uiteenlopende invloeden te kunnen verwerken en toch de anderen steeds een stap voor te zijn. Tegen het einde van de jaren dertig kreeg De Kooning de reputatie van een 'painter's painter'. Zijn kennissenkring breidde zich uit. Omstreeks 1938 maakte hij kennis met schilders als Stuart Davis, Franz Kline en Barnett Newman. Enkele jaren later kwam hij voor het eerst in contact met de schilders Jackson Pollock en Mark Rothko. Hij bevond zich nu in het middelpunt van de New-Yorkse avant-garde en liet zich meeslepen in de sfeer van wedijver die daar heerste.

Op vrouwen oefende De Kooning met zijn robuuste, openhartige en tegelijk wat verlegen voorkomen een grote aantrekkingskracht uit; volgens sommigen leek hij wel op een filmster. Hij knoopte gemakkelijk verhoudingen aan, maar brak die even onbekommerd weer af. In 1938 ontmoette hij twee kunststudentes, de zusters Elaine en Marjorie Fried, die geregeld voor hem poseerden. Met de twintigjarige Elaine, zelf een getalenteerd schilderes, begon hij een gepassioneerde en tumultueuze verhouding, die zich over vele jaren uitstrekte. In 1943 trouwden zij, en al gingen zij omstreeks 1955 uit elkaar, zij zijn nooit formeel gescheiden. Behalve als kunstenares werkte Elaine ook als kunstcritica. Met haar publicaties en haar vele sociale contacten heeft zij niet alleen veel gedaan voor haar eigen bekendheid, maar ook voor de roem van De Kooning.

In financieel opzicht is de periode vanaf de Tweede Wereldoorlog tot het begin van de jaren 1950 voor De Kooning de zwaarste tijd geweest. In 1946 maakte hij uit geldgebrek een reeks grote abstracte doeken met zwarte en witte kozijnlak, de goedkoopste verf die hij kon krijgen. Met deze schilderijen kreeg hij in 1948 zijn eerste eenmanstentoonstelling in de galerie van Charles Egan in New York. Aangemoedigd door positieve kritieken zette hij de reeks voort met een aantal met brede en energieke gebaren geschilderde abstracties in felle kleuren. Maar het publiek bleef nog lang afwachtend tegenover de nieuwe stroming in de Amerikaanse schilderkunst, die weldra de naam 'abstract expressionisme' kreeg. In 1948 vulde De Kooning zijn inkomen aan door lessen te geven aan het experimentele Black Mountain College in Noord-Carolina, waar hij samenwerkte met de uit het Bauhaus afkomstige Josef Albers en met de componist John Cage. In 1950/1951 doceerde hij aan de Yale University School of Art.

De internationale roem van De Kooning dateert vanaf 1953, toen hij in de galerie van Sidney Janis in New York zijn reeks 'Vrouwen' tentoonstelde. Deze grote, ogenschijnlijk met ruwe hand vervaardigde doeken, waar de verf vanaf leek te spatten, trokken zowel door de stijl als door het onderwerp algemeen de aandacht. Sommige puristische critici beschouwden het figuratieve element als een stap achteruit, terwijl anderen zich geschokt voelden door de agressieve en in hun ogen vulgaire behandeling van het vrouwelijk naakt. Maar velen bewonderden deze werken als uitingen van een stoere, authentiek Amerikaanse viriliteit of - subtieler - als expressie van de existentiële conflicten van de moderne man. De Kooning zelf hield zich verre van zulke interpretaties. Hij vond zijn voorbeelden in filmaffiches, straat- en krantenreclames, en legde zo een band met de cultuur van alledag, die niet veel later een hoofdthema in de Amerikaanse kunst zou worden.

Na de dood van Jackson Pollock in 1956 was De Kooning volgens de criticus Thomas Hess 'de invloedrijkste levende kunstenaar ter wereld'. Zijn reputatie werd ondersteund door een aantal invloedrijke auteurs, onder wie naast Hess ook Harold Rosenberg en Meyer Schapiro. Woman I was al in 1954 aangekocht door het Museum of Modern Art. De Koonings kleurgebruik en penseelvoering werden op grote schaal nagevolgd. Hij kon nu voor zijn schilderijen forse prijzen vragen. In 1959 woonde hij een aantal maanden in Rome, waar hij als een Amerikaanse 'star' werd opgenomen in de toenmalige jetset.

Na de 'Vrouwen'-serie maakte De Kooning opnieuw een reeks min of meer abstracte landschappen met een steeds bredere toets en een geleidelijk lichter wordend palet. Zijn schilderijen leken uitbarstingen van spontane energie, maar zij waren in werkelijkheid resultaat van langdurig nadenken en experimenteren. De Kooning kon een werk maar moeilijk als voltooid beschouwen. Hij begon vaak van voren af aan op hetzelfde doek. Om zijn aarzelingen te overwinnen nam hij meer en meer zijn toevlucht tot de drank. Perioden waarin hij zich opsloot in zijn atelier werden afgewisseld met dagen waarin hij beschonken over straat zwierf en soms letterlijk uit de goot moest worden gehaald. Toch ging hij telkens met hernieuwde gedrevenheid aan de arbeid. Een belangrijk emotioneel houvast vond hij in zijn dochter Lisa, die in 1956 was geboren uit een relatie met de tekenares Joan Ward, die hij vier jaar eerder had ontmoet.

Toen hij het zich eenmaal kon veroorloven, reisde De Kooning geregeld heen en weer tussen Manhattan en de oostkust van Long Island, waar veel welgestelde New Yorkers de zomer doorbrachten. Het landschap onderweg inspireerde hem in 1957 en 1958 tot een reeks 'Highway paintings'. In juni 1963 besloot hij zich definitief op het eiland te vestigen. Hij kocht een huis in Springs nabij East Hampton en liet er naar eigen ontwerp een groot modern atelier bouwen. Hier maakte hij een opnieuw geruchtmakende serie doeken met frontaal en agressief uitgebeelde vrouwenfiguren aan de waterkant. In 1969 - na een reis door Europa, waarin hij in 1968 ook, voor het eerst na 43 jaar, kort Nederland aandeed - begon hij met het boetseren van sculpturen. De plastische werkzaamheid beschreef hij als een 'reizen in de ruimte'. Tussen 1972 en 1974 onderbrak hij het schilderen zelfs geruime tijd en was hij alleen nog actief als beeldhouwer. Maar vervolgens keerde hij terug tot de landschapskunst, in een serie schilderijen die bekend zijn geworden als uitbeelding van het 'Noord-Atlantisch licht'.

Na 1977 kreeg De Kooning toenemende problemen met zijn geheugen. Zijn vrouw Elaine Fried, met wie hij al sinds het midden van de jaren vijftig niet meer samenleefde, nam nu de organisatie van zijn leven opnieuw op zich. Zij had zelf met succes een ontwenningskuur ondergaan, en wist haar man zover te krijgen dat hij het drinken definitief opgaf. De Koonings verstandelijke vermogens bleven echter afnemen. Toen Elaine - die zijn toestand voor de buitenwereld verborgen had willen houden - in februari 1989 was gestorven werd bij hem de ziekte van Alzheimer vastgesteld. De jaren daarvóór had hij in een ongewoon hoog tempo en in een afwijkende stijl echter nog ongeveer driehonderd schilderijen gemaakt. Dit deel van zijn oeuvre is altijd controversieel gebleven. Sommigen herkenden in dit werk een laatste fase van uiterste concentratie, maar anderen beschouwden het als commercieel maakwerk - ten dele vervaardigd door assistenten - van een kunstenaar die niet langer zichzelf was. Tot aan zijn dood in 1997, op 92-jarige leeftijd, is De Kooning, op het laatst volledig hulpbehoevend, verpleegd in zijn atelier in East Hampton.

De levensgeschiedenis van Willem de Kooning, van jongste bediende tot miljonair, is vaak naverteld als een typisch Amerikaans succesverhaal. Hij was een van de best betaalde kunstenaars van zijn tijd. Zijn schilderijen, vooral die uit de jaren 1950 en 1960, brengen op veilingen nog steeds astronomische bedragen op. Nadat hij in 1962 de Amerikaanse nationaliteit had aangenomen, kreeg De Kooning in 1964 uit handen van president L.B. Johnson de Presidential Medal of Freedom. In 1986 werd hem door de regering van president R.W. Reagan de National Medal of Arts toegekend, de hoogste kunstonderscheiding in de Verenigde Staten. Maar al genoot hij van het leven in Amerika en van de erkenning die hij daar kreeg, toch bleef De Kooning alleen al door zijn spraak als Nederlander herkenbaar. De kust van Long Island, met zijn duinen en wijde luchten, ervoer hij als een geïdealiseerd Hollands landschap. Hij ging er graag fietsen langs het strand. In de Nederlandse musea is zijn oeuvre relatief goed vertegenwoordigd. De kunstafdeling van de Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen in Rotterdam werd in 1998 de Willem de Kooning Academie genoemd.

A: Archief-Willem de Kooning in Archives of American Art, Smithsonian Instititution te Washington D.C (Verenigde Staten).

P: The collected writings of Willem de Kooning. Uitgeg. door George Scrivani (New York 1988).

L: Thomas B. Hess, Willem de Kooning (New York 1959); Harold Rosenberg, De Kooning (New York 1974); Willem de Kooning. Het Noord-Atlantisch Licht 1960-1983. Onder red van Edy de Wilde [e.a.] (Amsterdam 1983); Sally Yard, Willem de Kooning. The first twenty-six years in New York (New York 1986); Diane Waldman, Willem de Kooning (New York 1988); Lee Hall, Willem de Kooning & Elaine Fried. Portret van een huwelijk [Vert. uit Engels] (Haarlem 1993); Amei Wallach, 'The private face of the master', in The New York Times, 30-3-1997; Cornelia H. Butler [e.a.], Willem de Kooning. Tracing the figure (Los Angeles 2002); Barbara Hess, Willem de Kooning. Het wezen van de vluchtige blik (Keulen 2004); Bernhard M. Bürgi [e.a.], Willem de Kooning. Paintings, 1960-1980 (Bazel 2005); Ingried Brugger [e.a.], Willem de Kooning (Zwolle 2005); Mark Stevens en Annalyn Swan, De Kooning. Een Amerikaanse meester [vert. uit Engels] (Amsterdam 2006)). Op 9-12-1983 zond het Humanistisch Verbond de televisiedocumentaire Willem de Kooning en het onverwachte van Erwin Leiser uit. Op 7-10-1984 zond de NOS de televisiedocumentaire De Kooning over De Kooning van Courtney Sale uit.

I: Mark Stevens en Annalyn Swan, De Kooning. Een Amerikaanse meester [vert. uit Engels] (Amsterdam 2006) omslagfoto.

W.E. Krul

Top 100 most important painters of the history

 A list of the most Appreciated Painters of all-time in Western Painting, the 100 most important painters of the history of western painting, from 13th century to 21st century. This list is on many websites. What do you think of the "Top 100" List ?

1. PABLO PICASSO (1881-1973) – Picasso is to Art History a giant earthquake with eternal aftermaths. With the possible exception of Michelangelo (who focused his greatest efforts in sculpture and architecture), no other artist had such ambitions at the time of placing his oeuvre in the history of art. Picasso created the avant-garde. Picasso destroyed the avant-garde. He looked back at the masters and surpassed them all. He faced the whole history of art and single-handedly redefined the tortuous relationship between work and spectator

2. GIOTTO DI BONDONE (c.1267-1337) – It has been said that Giotto was the first real painter, like Adam was the first man. We agree with the first part. Giotto continued the Byzantine style of Cimabue and other predecessors, but he earned the right to be included in gold letters in the history of painting when he added a quality unknown to date: emotion

3. LEONARDO DA VINCI (1452-1519) – For better or for worse, Leonardo will be forever known as the author of the most famous painting of all time, the "Gioconda" or "Mona Lisa". But he is more, much more. His humanist, almost scientific gaze, entered the art of the quattrocento and revoluted it with his sfumetto that nobody was ever able to imitate

4. PAUL CÉZANNE (1839-1906) – "Cezanne is the father of us all." This famous quote has been attributed to both Picasso and Matisse, and certainly it does not matter who actually said it, because in either case would be appropriate. While he exhibited with the Impressionist painters, Cézanne left behind the whole group and developed a style of painting never seen so far, which opened the door for the arrival of Cubism and the rest of the vanguards of the twentieth century

5. REMBRANDT VAN RIJN (1606-1669) – The fascinating use of the light and shadows in Rembrandt's works seem to reflect his own life, moving from fame to oblivion. Rembrandt is the great master of Dutch painting, and, along with Velázquez, the main figure of 17th century European Painting. He is, in addition, the great master of the self-portrait of all time, an artist who had never show mercy at the time of depicting himself

6. DIEGO VELÁZQUEZ (1599-1660) – Along with Rembrandt, one of the summits of Baroque painting. But unlike the Dutch artist, the Sevillan painter spent most of his life in the comfortable but rigid courtesan society. Nevertheless, Velázquez was an innovator, a "painter of atmospheres" two centuries before Turner and the Impressionists, which it is shown in his colossal 'royal paintings' ("Meninas", "The Forge of Vulcan"), but also in his small and memorable sketches of the Villa Medici.

7. WASSILY KANDINSKY (1866-1944) – Although the title of "father of abstraction" has been assigned to several artists, from Picasso to Turner, few painters could claim it with as much justice as Kandinsky. Many artists have succeeded in painting emotion, but very few have changed the way we understand art. Wassily Kandinsky is one of them.

8. CLAUDE MONET (1840-1926) – The importance of Monet in the history of art is sometimes "underrated", as Art lovers tend to see only the overwhelming beauty that emanates from his canvases, ignoring the complex technique and composition of the work (a "defect" somehow caused by Monet himself, when he declared that "I do not understand why everyone discusses my art and pretends to understand, as if it were necessary to understand, when it is simply necessary to love"). However, Monet's experiments, including studies on the changes in an object caused by daylight at different times of the day; and the almost abstract quality of his "water lilies", are clearly a prologue to the art of the twentieth century.

9. CARAVAGGIO (1571-1610) – The tough and violent Caravaggio is considered the father of Baroque painting, with his spectacular use of lights and shadows. Caravaggio’s chiaroscuro became so famous that many painters started to copy his paintings, creating the 'Caravaggisti' style.

10. JOSEPH MALLORD WILLIAM TURNER (1775-1851) – Turner is the best landscape painter of Western painting. Whereas he had been at his beginnings an academic painter, Turner was slowly but unstoppably evolving towards a free, atmospheric style, sometimes even outlining the abstraction, which was misunderstood and rejected by the same critics who had admired him for decades

11. JAN VAN EYCK (1390-1441) – Van Eyck is the colossal pillar on which rests the whole Flemish paintings from later centuries, the genius of accuracy, thoroughness and perspective, well above any other artist of his time, either Flemish or Italian.

12. ALBRECHT DÜRER (1471-1528) – The real Leonardo da Vinci of Northern European Rennaisance was Albrecht Dürer, a restless and innovative genious, master of drawing and color. He is one of the first artists to represent nature without artifice, either in his painted landscapes or in his drawings of plants and animals

13. JACKSON POLLOCK (1912-1956) – The major figure of American Abstract Expressionism, Pollock created his best works, his famous drips, between 1947 and 1950. After those fascinating years, comparable to Picasso’s blue period or van Gogh’s final months in Auvers, he abandoned the drip, and his latest works are often bold, unexciting works.

14. MICHELANGELO BUONARROTI (1475-1564) – Some readers will be quite surprised to see the man who is, along with Picasso, the greatest artistic genius of all time, out of the "top ten" of this list, but the fact is that even Michelangelo defined himself as "sculptor", and even his painted masterpiece (the frescoes in the Sistine Chapel) are often defined as 'painted sculptures'. Nevertheless, that unforgettable masterpiece is enough to guarantee him a place of honor in the history of painting

15. PAUL GAUGUIN (1848-1903) – One of the most fascinating figures in the history of painting, his works moved from Impressionism (soon abandoned) to a colorful and vigorous symbolism, as can be seen in his 'Polynesian paintings'. Matisse and Fauvism could not be understood without the works of Paul Gauguin

16. FRANCISCO DE GOYA (1746-1828) - Goya is an enigma. In the whole History of Art few figures are as complex as the artist born in Fuendetodos, Spain. Enterprising and indefinable, a painter with no rival in all his life, Goya was the painter of the Court and the painter of the people. He was a religious painter and a mystical painter. He was the author of the beauty and eroticism of the 'Maja desnuda' and the creator of the explicit horror of 'The Third of May, 1808'. He was an oil painter, a fresco painter, a sketcher and an engraver. And he never stopped his metamorphosis

17. VINCENT VAN GOGH (1853-1890) – Few names in the history of painting are now as famous as Van Gogh, despite the complete neglect he suffered in life. His works, strong and personal, are one of the greatest influences in the twentieth century painting, especially in German Expressionism

18. ÉDOUARD MANET (1832-1883) – Manet was the origin of Impressionism, a revolutionary in a time of great artistic revolutions. His (at the time) quite polemical "Olympia" or "Déjeuner sur l'Herbe" opened the way for the great figures of Impressionism

19. MARK ROTHKO (1903-1970) – The influence of Rothko in the history of painting is yet to be quantified, because the truth is that almost 40 years after his death the influence of Rothko's large, dazzling and emotional masses of color continues to increase in many painters of the 21st century

20. HENRI MATISSE (1869-1954) – Art critics tend to regard Matisse as the greatest exponent of twentieth century painting, only surpassed by Picasso. This is an exaggeration, although the almost pure use of color in some of his works strongly influenced many of the following avant-gardes

21. RAPHAEL (1483-1520) – Equally loved and hated in different eras, no one can doubt that Raphael is one of the greatest geniuses of the Renaissance, with an excellent technique in terms of drawing and color

22. JEAN-MICHEL BASQUIAT (1960-1988) - Basquiat is undoubtedly the most important and famous member of the "graffiti movement" that appeared in the New York scene in the early'80s, an artistic movement whose enormous influence on later painting is still to be measured

23. EDVARD MUNCH (1863-1944) – Modernist in his context, Munch could be also considered the first expressionist painter in history. Works like "The Scream" are vital to understanding the twentieth century painting.

24. TITIAN (c.1476-1576) – After the premature death of Giorgione, Titian became the leading figure of Venetian painting of his time. His use of color and his taste for mythological themes defined the main features of 16th century Venetian Art. His influence on later artists -Rubens, Velázquez...- is extremely important

25. PIET MONDRIAN (1872 -1944) – Along with Kandinsky and Malevich, Mondrian is the leading figure of early abstract painting. After emigrating to New York, Mondrian filled his abstract paintings with a fascinating emotional quality, as we can se in his series of "boogie-woogies" created in the mid-40s

26. PIERO DELLA FRANCESCA (1416-1492) - Despite being one of the most important figures of the quattrocento, the Art of Piero della Francesca has been described as “cold”, “hieratic” or even “impersonal”. But with the apparition of Berenson and the great historians of his era, like Michel Hérubel -who defended the “metaphysical dimension” of the paintings by Piero-, his precise and detailed Art finally occupied the place that it deserves in the Art history

27. PETER PAUL RUBENS (1577-1640) – Rubens was one of the most prolific painters of all time, thanks in part to the collaboration of his study. Very famous in life, he traveled around Europe to meet orders from very wealthy and important clients. His female nudes are still amazing in our days

28. ANDY WARHOL (1928-1987) – Brilliant and controversial, Warhol is the leading figure of pop-art and one of the icons of contemporary art. His silkscreen series depicting icons of the mass-media (as a reinterpretation of Monet's series of Water lilies or the Rouen Cathedral) are one of the milestones of contemporary Art, with a huge influence in the Art of our days

29. JOAN MIRÓ (1893-1983) – Like most geniuses, Miro is an unclassificable artist. His interest in the world of the unconscious, those hidden in the depths of the mind, link him with Surrealism, but with a personal style, sometimes closer to Fauvism and Expressionism. His most important works are those from the series of "Constellations", created in the early 40s

30. TOMMASO MASACCIO (1401-1428) – Masaccio was one of the first old masters to use the laws of scientific perspective in his works . One of the greatest innovative painters of the Early Renaissance

31. MARC CHAGALL (1887-1985) – Artist of dreams and fantasies, Chagall was for all his life an immigrant fascinated by the lights and colors of the places he visited. Few names from the School of Paris of the early twentieth century have contributed so much -and with such variety of ideas- to change modern Art as this man "impressed by the light," as he defined himself

31. GUSTAVE COURBET (1819-1877) – Leading figure of realism, and a clear precedent for the impressionists, Courbet was one of the greatest revolutionaries, both as an artist and as a social-activist, of the history of painting. Like Rembrandt and other predecessors, Courbet did not seek to create beauty, but believed that beauty is achieved when and artist represents the purest reality without artifice

33. NICOLAS POUSSIN (1594-1665) – The greatest among the great French Baroque painters, Poussin had a vital influence on French painting for many centuries. His use of color is unique among all the painters of his era

34. WILLEM DE KOONING (1904-1997) – After Pollock, the leading figure of abstract expressionism, though one of his greatest contributions was not to feel limited by the abstraction, often resorting to a heartbreaking figurative painting (his series of "Women" are the best example) with a major influence on later artists such as Francis Bacon or Lucian Freud

35. PAUL KLEE (1879-1940) – In a period of artistic revolutions and innovations, few artists were as crucial as Paul Klee. His studies of color, widely taught at the Bauhaus, are unique among all the artists of his time

36. FRANCIS BACON (1909-1992) - Maximum exponent, along with Lucian Freud, of the so-called "School of London", Bacon's style was totally against all canons of painting, not only in those terms related to beauty, but also against the dominance of the Abstract Expressionism of his time

37. GUSTAV KLIMT (1862-1918) – Half way between modernism and symbolism appears the figure of Gustav Klimt, who was also devoted to the industrial arts. His nearly abstract landscapes also make him a forerunner of geometric abstraction

38. EUGÈNE DELACROIX (1798-1863) – Eugène Delacroix is the French romanticism painter "par excellence" and one of the most important names in the European painting of the first half of the 19th century. His famous “Liberty leading the People” also demonstrates the capacity of Painting to become the symbol of an era.

39. PAOLO UCCELLO (1397-1475) – “Solitary, eccentric, melancholic and poor”. Giorgio Vasari described with these four words one of the most audacious geniuses of the early Florentine Renaissance, Paolo Uccello.

40. WILLIAM BLAKE (1757-1827) – Revolutionary and mystic, painter and poet, Blake is one of the most fascinating artists of any era. His watercolors, prints and temperas are filled with a wild imagination (almost crazyness), unique among the artists of his era

41. KAZIMIR MALEVICH (1878-1935) – Creator of Suprematism, Malevich will forever be one of the most controversial figures of the history of art among the general public, divided between those who consider him an essential renewal and those who consider that his works based on polygons of pure colors do not deserve to be considered Art

42. ANDREA MANTEGNA (1431-1506) – One of the greatest exponents of the Quattrocento, interested in the human figure, which he often represented under extreme perspectives ("The Dead Christ")

43. JAN VERMEER (1632-1675) – Vermeer was the leading figure of the Delft School, and for sure one of the greatest landscape painters of all time. Works such as "View of the Delft" are considered almost "impressionist" due to the liveliness of his brushwork. He was also a skilled portraitist

44. EL GRECO (1541-1614) – One of the most original and fascinating artists of his era, with a very personal technique that was admired, three centuries later, by the impressionist painters

45. CASPAR DAVID FRIEDRICH (1774-1840) – Leading figure of German Romantic painting, Friedrich is still identified as the painter of landscapes of loneliness and distress, with human figures facing the terrible magnificence of nature.

46. WINSLOW HOMER (1836-1910) – The main figure of American painting of his era, Homer was a breath of fresh air for the American artistic scene, which was "stuck" in academic painting and the more romantic Hudson River School. Homer's loose and lively brushstroke is almost impressionistic .

47. MARCEL DUCHAMP (1887-1968) – One of the major figures of Dadaism and a prototype of "total artist", Duchamp is one of the most important and controversial figures of his era. His contribution to painting is just a small part of his huge contribution to the art world.

48. GIORGIONE (1478-1510) - Like so many other painters who died at young age, Giorgione (1477-1510) makes us wonder what place would his exquisite painting occupy in the history of Art if he had enjoyed a long existence, just like his direct artistic heir - Titian.

49. FRIDA KAHLO (1907-1954) – In recent years, Frida's increasing fame seems to have obscured her importance in Latin American art. On September 17th, 1925, Kahlo was almost killed in a terrible bus accident. She did not died, but the violent crash had terrible sequels, breaking her spinal column, pelvis, and right leg.. After this accident, Kahlo's self-portraits can be considered as quiet but terrible moans

50. HANS HOLBEIN THE YOUNGER (1497-1543) – After Dürer, Holbein is the greatest of the German painters of his time. The fascinating portrait of "The Ambassadors" is still considered one of the most enigmatic paintings of art history

51. EDGAR DEGAS (1834-1917) – Though Degas was not a "pure" impressionist painter, his works shared the ideals of that artistic movement. Degas paintings of young dancers or ballerinas are icons of late 19th century painting

52. FRA ANGELICO (1387-1455) – One of the great colorists from the early Renaissance. Initially trained as an illuminator, he is the author of masterpieces such as "The Annunciation" in the Prado Museum.

53. GEORGES SEURAT (1859-1891) - Georges Seurat is one of the most important post-impressionist painters, and he is considered the creator of the "pointillism", a style of painting in which small distinct points of primary colors create the impression of a wide selection of secondary and intermediate colors.

54. JEAN-ANTOINE WATTEAU (1684-1721) – Watteau is today considered one of the pioneers of rococo. Unfortunately, he died at the height of his powers, as it is evidenced in the great portrait of "Gilles" painted in the year of his death

55. SALVADOR DALÍ (1904-1989) – "I am Surrealism!" shouted Dalí when he was expelled from the surrealist movement by André Breton. Although the quote sounds presumptuous (which was not unusual in Dalí), the fact is that Dalí's paintings are now the most famous images of all the surrealist movement.

56. MAX ERNST (1891-1976) – Halfway between Surrealism and Dadaism appears Max Ernst, important in both movements. Ernst was a brave artistic explorer thanks in part to the support of his wife and patron, Peggy Guggenheim

57. TINTORETTO (1518-1594) - Tintoretto is the most flamboyant of all Venetian masters (not the best, such honour can only be reclaimed by Titian or Giorgione) and his remarkable oeuvre not only closed the Venetian splendour till the apparition of Canaletto and his contemporaries, but also makes him the last of the Cinquecento masters.

58. JASPER JOHNS (born 1930) – The last living legend of the early Pop Art, although he has never considered himself a "pop artist". His most famous works are the series of "Flags" and "Targets".

59. SANDRO BOTTICELLI (1445-1510) – "If Botticelli were alive now he would be working for Vogue", said actor Peter Ustinov. As well as Raphael, Botticelli had been equally loved or hated in different eras, but his use of color is one of the most fascinating among all old masters.

60. DAVID HOCKNEY (born 1937) - David Hockney is one of the living myths of the Pop Art. Born in Great Britain, he moved to California, where he immediately felt identified with the light, the culture and the urban landscape of the 'Golden State'

61. UMBERTO BOCCIONI (1882-1916) – The maximum figure of Italian Futurism, fascinated by the world of the machine, and the movement as a symbol of contemporary times.

62. JOACHIM PATINIR (1480-1524) – Much less technically gifted than other Flemish painters like Memling or van der Weyden, his contribution to the history of art is vital for the incorporation of landscape as a major element in the painting.

63. DUCCIO DA BUONINSEGNA (c.1255/60 – 1318/19) – While in Florence Giotto di Bondone was changing the history of painting, Duccio of Buoninsegna provided a breath of fresh air to the important Sienese School.

64. ROGER VAN DER WEYDEN (1399-1464) – After Van Eyck, the leading exponent of Flemish painting in the fifteenth century; a master of perspective and composition.

65. JOHN CONSTABLE (1776-1837) – John Constable (1776-1837) is, along with Turner, the great figure of English romanticism. But unlike his contemporary, he never left England, and he devoted all his time to represent the life and landscapes of his beloved England.

66. JACQUES-LOUIS DAVID (1748-1825) – David is the summit of neoclassicism, a grandiloquent artist whose compositions seem to reflect his own hectic and revolutionary life.

67. ARSHILLE GORKY (1905-1948) – Armenian-born American painter, Gorky was a surrealist painter and also one of the leaders of abstract expressionism. He was called "the Ingres of the unconscious".

68. HIERONYMUS BOSCH (1450-1516) – An extremely religious man, all works by Bosch are basically moralizing, didactic. The artist sees in the society of his time the triumph of sin, the depravation, and all the things that have caused the fall of the human being from its angelical character; and he wants to warn his contemporaries about the terrible consequences of his impure acts.

69. PIETER BRUEGEL THE ELDER (1528-1569) - Many scholars and art critics claim to have found important similarities between the works by Hyeronimus Bosch and those by Brueghel, but the truth is that the differences between both of them are abysmal. Whereas Bosch's fantasies are born of a deep deception and preoccupation for the human being, with a clearly moralizing message; works by Bruegel are full of irony, and even filled with a love for the rural life, which seems to anticipate the Dutch landscape paintings from the next century.

70. SIMONE MARTINI (1284-1344) – One of the great painters of the Trecento, he was a step further and helped to expand its progress, which culminated in the "International Style".

71. Frederic Edwin Church (1826-1900) - Church represents the culmination of the Hudson River School: he had Cole's love for the landscape, Asher Brown Durand's romantic lyricism, and Albert Bierstadt's grandiloquence, but he was braver and technically more gifted than anyone of them. Church is without any doubt one of the greatest landscape painters of all time, perhaps only surpassed by Turner and some impressionists and postimpressionists like Monet or Cézanne.

72. EDWARD HOPPER (1882-1967) – Hopper is widely known as the painter of urban loneliness. His most famous work, the fabulous "Nighthawks" (1942) has become the symbol of the solitude of the contemporary metropolis, and it is one of the icons of the 20th century Art.

73. LUCIO FONTANA (1899-1968) – Father of the "White Manifesto", in which he stated that "Matter, colour and sound in motion are the phenomena whose simultaneous development makes up the new art". His “Concepts Spatiales” are already icons of the art of the second half of the twentieth century.

74. FRANZ MARC (1880-1916) – After Kandinsky, the great figure of the Expressionist group "The Blue Rider" and one of the most important expressionist painters ever. He died at the height of his artistic powers, when his use of color was even anticipating the later abstraction.

75. PIERRE-AUGUSTE RENOIR (1841-1919) – One of the key figures of Impressionism, he soon left the movement to pursue a more personal, academic painting.

76. JAMES MCNEILL WHISTLER (1834-1903) – Along with Winslow Homer, the great figure of American painting of his time. Whistler was an excellent portraitist, which is shown in the fabulous portrait of his mother, considered one of the great masterpieces of American painting of all time.

77. THEODORE GÉRICAULT (1791-1824) – Key figure in romanticism, revolutionary in his life and works despite his bourgeois origins. In his masterpiece, "The raft of the Medusa", Gericault creates a painting that we can define as "politically incorrect", as it depicts the miseries of a large group of castaways abandoned after the shipwreck of a French naval frigate.

78. WILLIAM HOGARTH (1697-1764) – A list of the great portrait painters of all time should never miss the name of William Hogarth, whose studies and sketches could even qualify as "pre-impressionist".

79. CAMILLE COROT (1796-1875) – One of the great figures of French realism in the 19th century and certainly one of the major influences for the impressionist painters like Monet or Renoir, thanks to his love for "plen-air" painting, emphasizing the use of light.

80. GEORGES BRAQUE (1882-1963) – Along with Picasso and Juan Gris, the main figure of Cubism, the most important of the avant-gardes of the 20th century Art.

81. HANS MEMLING (1435-1494) – Perhaps the most complete and "well-balanced" of all fifteenth century Flemish painters, although he was not as innovative as Van Eyck or van der Weyden.

82. GERHARD RICHTER (born 1932) – One of the most important artists of recent decades, Richter is known either for his fierce and colorful abstractions or his serene landscapes and scenes with candles.

83. AMEDEO MODIGLIANI (1884-1920) – One of the most original portraitists of the history of painting, considered as a "cursed" painter because of his wild life and early death.

84. GEORGES DE LA TOUR (1593-1652) – The influence of Caravaggio is evident in De la Tour, whose use of light and shadows is unique among the painters of the Baroque era.

85. GENTILESCHI, ARTEMISIA (1597-1654) – One of the most gifted artists of the early baroque era, she was the first female painter to become a member of the Accademia di Arte del Disegno in Florence.

86. JEAN FRANÇOIS MILLET (1814-1875) – One of the main figures of the Barbizon School, author of one of the most emotive paintings of the 19th century: The "Angelus".

87. FRANCISCO DE ZURBARÁN (1598-1664) – The closest to Caravaggio of all Spanish Baroque painters, his latest works show a mastery of chiaroscuro without parallel among any other painter of his time.

88. CIMABUE (c.1240-1302) – Although in some of his works Cimabue already represented a visible evolution of the rigid Byzantine art, his greatest contribution to painting was to discover a young talented artist named Giotto (see number 2), who changed forever the Western painting.

89. JAMES ENSOR (1860-1949) – Violent painter whose strong, almost "unfinished" works make him a precursor of Expressionism

90. RENÉ MAGRITTE (1898-1967) – One of the leading figures of surrealism, his apparently simple works are the result of a complex reflection about reality and the world of dreams

91. EL LISSITZKY (1890-1941) – One of the main exponents of Russian avant-garde painting. Influenced by Malevich, he also excelled in graphic design.

92. EGON SCHIELE (1890-1918) – Another "died too young" artist, his strong and ruthless portraits influenced the works of later artists, like Lucian freud or Francis Bacon.

93. DANTE GABRIEL ROSSETTI (1828-1882) – Perhaps the key figure in the pre-Raphaelite movement, Rossetti left the poetry to focus on classic painting with a style that influenced the symbolism.

94. FRANS HALS (c.1580-1666) – One of the most important portraitists ever, his lively brushwork influenced early impressionism.

95. CLAUDE LORRAIN (1600-1682) – His works were a vital influence on many landscape painters for many centuries, both in Europe (Corot, Courbet) and in America (Hudson River School).

96. ROY LICHTENSTEIN (1923-1977) – Along with Andy Warhol, the most famous figure of the American Pop-Art. His works are often related to the style of the comics, though Lichtenstein rejected that idea.

97. GEORGIA O'KEEFE (1887-1986) – A leading figure in the 20th century American Art, O'Keefe single-handedly redefined the Western American painting.

98. GUSTAVE MOREAU (1826-1898) – One of the key figures of symbolism, introverted and mysterious in life, but very free and colorful in his works.

99. GIORGIO DE CHIRICO (1888-1978) – Considered the father of metaphysical painting and a major influence on the Surrealist movement.

100. FERNAND LÉGER (1881-1955) – At first a cubist, Leger was increasingly attracted to the world of machinery and movement, creating works such as "The Discs" (1918).

maandag 22 mei 2017

How to Clean a Painting / Hoe schilderij schoonmaken.

Cleaning an oil painting might best be left to the professionals, so if the painting has extreme monetary or sentimental value it may be a good idea to take it to a pro.  If you’re willing to give cleaning it a try yourself, this method should be a safe one but you must take your time and follow all directions carefully.


You Will Need:

  • Neutralizer N-11 or similar
  • Emulsion Cleaner EM-21E or similar
  • Large sheet of clean paper
  • Cotton balls
  • Cotton swabs with long (6″) wooden handle
  • Varnish for Oil Paintings (optional)
Hoe oude vernis- en vuillagen verwijderen ? De oorspronkelijk kleuren komen hierdoor beter tot hun recht. Voor de restauratie wordt gebruik gemaakt van materialen die hun kleur en textuur behouden en in de toekomst altijd weer zijn te verwijderen.
Na een uitgebreid vooronderzoek zal de restauratie worden uitgevoerd in zes stappen: 1. De verwijdering van de vergeelde vernislaag en de grijzige laag oppervlaktevuil op en onder het vernis. Vervolgens het vastzetten van loszittende verfdeeltjes. 2. De verwijdering van oude verkleurde retouches, overschilderingen en vullingen in de verflaag. 3. Het aanbrengen van een tussenvernislaag. 4. De beschadigingen in het doek en de verflaag waar nodig weer vlak maken, bijvullen en structuur aanbrengen. 5. Retoucheren. 6. Aanbrengen van een slotvernis indien nodig.

Steps to Remove the Residue: De vuillagen verwijderen:


  1. Lay the painting face up on a large sheet of paper. (If you have anything you can place under the canvas of the painting to keep it from stretching downward as you apply gentle pressure, it will help to protect your artwork.)
  2. Apply neutralizer to a piece of cotton. Wipe it over the surface of the painting, changing dirty cotton balls as needed, to clean away surface dust or dirt. Although the neutralizer should be perfectly safe, begin in a corner to test it before you cover the entire painting.
  3. Use a cotton swab to test the emulsion cleaner in a corner of the painting. If the painting does not pass the spot test, stop now and call in a professional restorer. If the painting does pass the spot test, continue to the next step.
  4. Clean in small sections, about 3-4″ square at a time, by rolling the cotton swab with emulsion cleaner over the surface using only gentle pressure. Do NOT scrub, the rolling motion is very important.
  5. After you clean each section, go back over it with the neutralizer on a cotton ball. Make sure you work in sections small enough so that the emulsion cleaner does not dry on the surface before you use the neutralizer. This is an important step. You must neutralize the cleaning agent in order to prevent possible damage to the painting.
  6. If desired, finish with a gloss varnish to preserve and protect the painting.

zaterdag 20 mei 2017

Hoe kunst schilder achterhalen zonder signature / handtekening ?

Tal van schilderijen hebben geen handtekening. Men moet ze dan aan een kunstenaar toeschrijven, er een auteurschap aan toekennen. Als dit onmogelijk is spreekt men van een anoniem kunstenaar en preciseert men de eeuw en de school (bijv.: Vlaamse school, XVIde eeuw). Vaak kan men echter toch een band met een kunstenaar vaststellen. De ene keer staat deze band vast en dan zegt men dat het werk ‘van’ of ‘door’ Rubens is. De andere keer is deze band minder zeker. Als een lichte twijfel blijft bestaan, zegt men dat het werk ‘toegeschreven’ wordt aan Rubens. Als men oordeelt dat het werk niet van de meester is, maar van één van zijn leerlingen, dan spreekt men van ‘het atelier van’ Rubens. Als men denkt dat de band minder strikt is, dat wil zeggen dat het schilderij dateert uit de periode van de meester en door hem geïnspireerd werd, maar toch niet van hem of van zijn atelier is, dan spreekt men van de ‘entourage van’ Rubens of nog van ‘een navolger’ van Rubens. Als het werk ten slotte dateert uit een periode na Rubens (en soms met een verschil van verschillende eeuwen) dan spreekt men van een schilderij ‘in de stijl van’ of ‘volgens de wijze van’, of nog ‘naar’.

Een expertise bestaat uit twee stappen die niet met elkaar verward mogen worden.

De expert begint met het beschrijven van het kunstwerk. Daarbij moet hij een antwoord geven op de vraag of hij het voor echt kan verklaren en in sommige gevallen ook op de vraag aan wie het dient te worden toegeschreven. Pas als hij dat allemaal heeft nagegaan, kan hij overgaan naar de tweede stap, de schatting.
Voor de eerste stap moet je vertrouwd zijn met de kunstgeschiedenis, voor de tweede met de kunstmarkt. Een expert moet de mechanismen van het marktgebeuren door en door kennen en de gegevens op het internet juist kunnen analyseren. De informatie die daar gemakkelijk beschikbaar is, ook al moet je ervoor betalen, voetstoots aannemen is de beste manier om te laag te schatten en dus bij de verkoop verlies te doen, of om te hoog te schatten, wat op hetzelfde neerkomt, want dan is het risico groot dat het niet tot een transactie komt.
Bovendien moet een expert bescheiden blijven. Hij mag voor het schatten van een werk in principe dan al beter geplaatst dan zijn klant, als hij meent op alle gebieden deskundig te zijn, kun je ervan op aan dat hij op elk gebied ondeskundig is. Je kunt toch niet tegelijk alles afweten van zo uiteenlopende materies als oude schilderijen, zilverwerk, tapijten en oude meubelen? Althans, zo denken wij over expertise

Het schatten van een kunstwerk is geen exacte wetenschap. Dé waarheid bestaat hier niet.

Het woord ‘schatten’ zegt goed waar het om gaat: de waarde die de expert naar voren schuift, berust op een aantal onzekerheden en veronderstellingen. Omdat elk kunstwerk uniek is, gaat de expert op zoek naar werken die er zo veel mogelijk kenmerken mee gemeen hebben en recent openbaar of privé (voor zover hij dit laatste kan nagaan) werden verkocht. Alleen hij kan op grond van zijn ervaring de gegevens op databanken op het internet juist interpreteren.
Elk kunstwerk heeft twee waarden. Zoals een financieel product een verkoopkoers en een aankoopkoers heeft, zo heeft een kunstwerk een verkoopwaarde en een aankoopwaarde. Het verschil tussen de prijs die voor een werk wordt gevraagd en het bedrag dat ditzelfde werk u zou opleveren als u het om een of andere reden zou verkopen, is het verschil tussen zijn ‘aankoopkoers’ en zijn ‘verkoopkoers’ of met andere woorden de winst die bij het verhandelen wordt gemaakt.
Kortom, als u een werk wilt laten schatten in het kader van een erfenis of een verdeling, omdat u het wilt laten verzekeren of omdat u voor een belangrijke aankoop staat, is een beroep doen op een expert de enige manier om inlichtingen te bekomen die te betrouwen zijn, vertrouwelijk blijven en toegespitst zijn op uw situatie.

bron:  http://bounameaux.com/nl/index.html#expertise

Heeft uw schilderij wel een signature kijk dan hier: http://kunst-schilder.blogspot.nl/2015/05/hoe-een-schilder-achterhalen.html  

De volgende boeken zijn aan te raden:

Олександр Кочубей (Alexander Kochubey)


Олександр Кочубей (Alexander Kochubey)

Alexander Kochubey was born in the city of Novocherkassk in 1956. From 1973 to 1979 he studied at the Art Studio of Novocherkassk, Zakharin workshop, studio of Alexander Kalmykov. Since 1974 he participated in regional exhibitions in Rostov region (Russian Federation). Member of the Society of Artists Studio of Kuinji since 1985, in the city of Mariupol. Since 1988 he participated in exhibitions of Society Slavic culture, the
city of Riga, Latvia. Member of the Union of Independent Artists "Prologue" since 1996, in the city of Zhitomir. He participated in 3 regional exhibitions. Participated in the exhibition "The Artist and The Sea" of the Union of Artists of Ukraine since Participated in exhibitions Fund "Renaissance" since 2001, in the city Kiev. His works were bought by the museums of Mariupol, Riga, Leningrad (Saint Petersburg) and
private collectors from Spain, Asia and America.

https://auction.catawiki.com/kavels/1650223-alexander-kochubey-1956


Alexander Kochubey
was born in the city of Novocherkassk in 1956.
From 1973 to 1979 he studied at the Art Studio of Novocherkassk,
Zakharin workshop, studio of Alexander Kalmykov.
Since 1974 he participated in regional exhibitions in Rostov region.
(Russian Federation).
Member of the Society of Artists Studio of Kuinji since 1985, in the
city of Mariupol.
Since 1988 he participated in exhibitions of Society Slavic culture, the
city of Riga, Latvia.
Member of the Union of Independent Artists "Prologue" since 1996, in the city of Zhitomir.
He participated in 3 regional exhibitions.
Participated in the exhibition "The Artist and The Sea" of the Union of Artists of Ukraine since
Participated in exhibitions Fund "Renaissance" since 2001, in the city Kiev.
His works were bought by the museums of Mariupol, Riga, Leningrad (Saint Petersburg) and
private collectors from Spain, Asia and America.






dinsdag 5 mei 2015

Hoe een kunstschilder achterhalen?

Hoe kunt u het snelste een kunst schilder achterhalen van een schilderij? hierbij een aantal handige tips.Wanneer het signatuur redelijk leesbaar is maar niet helemaal, gebruik dan het gedeelte dat u wel goed kunt lezen. Hierbij een mooi voorbeeld. Dit was een schilderij dat ik laatst nog had opgezocht.


Het signatuur is redelijk onleesbaar. Er zijn wel een aantal letters die wel goed zijn te lezen. zoals de F & Chatt. Dit zijn dan ook de letters waarmee ik ga zoeken. Om te beginnen zoek ik bij een lijst met Nederlandse kunst schilders omdat dit nauw eenmaal een schilderij is dat is gekocht in Nederland.
Er zijn verschillende site's waar dit te vinden is maar voor het gemak heb ik een lijst met Hollandse schilders op deze blog geplaatst ->.

klikhier: LIJST ALFABET BELGISCHE SCHILDERS 
klikhier: LIJST ALFABET HOLLANDSE SCHILDERS 
Klikhier: als er niks in de lijst voor komt 
Click here: LIST ALPHABET DUTCH PAINTERS
klikhier: LIJST MET OUDE MEESTERS UIT HOLLAND (15de, 16de en 17de eeuw)  

 
Zodra u op de site bent zoekt u snel en gemakkelijk door middel van de zoek optie.
CTRL + SHIFT + F 
Er verschijnt nu een zoek venster, hierin typt u uw duidelijk leesbare letters uit het signatuur.LET OP! de leesbare letters dienen wel naast elkaar te staan in het signatuur. Bij het voorbeeld was dit "chatt" Er zullen een aantal namen gevonden worden. Vergelijk deze namen met het signatuur en mogelijk vind u de juiste. Bij het voorbeeld van de schilder kwam duidelijk naar voren het gedeelte "chatt" en het zoek resultaat had dan ook direct een match met de juiste schilder.


 Rossum du Chattel van Frederic Jacobus  1856-1917

Nu kunt u gemakkelijk met behulp van google achter halen wie de schilder is dat match. Op internet is tegenwoordig veel te vinden zo ook wat voorn schilder het is. Of het schilderij dat u heeft, overeenkomt met de werkend van de gevonden schilder. En natuurlijk of het signatuur overeenkomt met de gevonden schilder. Zo is al snel te vinden dat de schilder vaak zijn handtekening zet met "Fred.F.du Chattel".


Het schilderij dat ik opzocht was echter anders. "n.F.J.du Chattel". Veel schilderijen zijn vaak na geschilderd van grote meesters. De schilderijen werden dan vaak gesigneerd met een letter N ervoor dit wil zeggen geschilderd Naar. Door google af te zoeken met de schilder is er veel te vinden. Zo ook het originele werk van van du chattel.

Het na gemaakte werk van du chattel: 


De Utrechtse Vecht en haar omgeving inspireerden F.J. van Rossum du Chattel tot het schilderen van talloze impressies van deze rivier, reden waarom hij door critici ‘de schilder van de Vecht' werd genoemd. Ook schilderde hij het landschap rond Den Haag. Hij werd in 1856 geboren in Leiden, kreeg zijn eerste schilderlessen van zijn vader, Jan Hendrik van Rossum du Chattel, en werkte daarna in Den Haag op het atelier van de Haagse impressionist Willem Maris. Musea: o.a. Het Haags Gemeentemuseum.

Heeft uw schilderij geen signature kijk dan hier: Hoe kunst schilder achterhalen zonder signature / handtekening achterhalen ?


video

zaterdag 18 april 2015

Top 10 meest Gewaardeerde Nederlandse Kunstschilders


10 Geertgen tot Sint Jans

Bijnaam
Gerrit van Haarlem
Geboren
1460-1465
Overleden
1490-1495
Geboorteland
Flag Zuid-Holland.svgGraafschap Holland

Geertgen tot Sint Jans, tevens bekend als Gerrit van Haarlem was een Nederlands schilder actief in Haarlem aan het eind van de vijftiende eeuw.

Over zijn leven is weinig bekend. Hij zou in Leiden geboren zijn rond 1460/1465. Volgens Karel van Mander, in zijn Schilderboeck, was hij een lekebroeder in het klooster van Sint Jan in Haarlem, was hij een leerling van Albert van Ouwater en stierf hij jong, op ongeveer achtentwintigjarige leeftijd.
Slechts twee panelen, in het Kunsthistorisches Museum van Wenen, zijn met zekerheid van zijn hand. De stijl ervan is echter zo kenmerkend – slanke, popperige figuren met nogal eivormige hoofden met lang voorhoofd – dat een vijftiental andere schilderijen met vrij grote zekerheid aan hem kunnen worden toegeschreven.

 9 Jacob van Ruisdael

Volledige naam Jacob Isaacksz. van Ruisdael
Geboren Haarlem, 1628 of 1629
Overleden Amsterdam, ca. 10 maart 1682
Geboorteland Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden

Jacob van Ruisdael (Haarlem, 1628 of 1629 - Amsterdam, ca. 10 maart 1682) was een Noord-Nederlands schilder, tekenaar en etser, bekend van zijn landschappen en zeegezichten.

Er is veel speculatie over het leven van Van Ruisdael: zo zijn alleen al zijn geboortedatum en sterfplek hevige discussiepunten. Toch is er een duidelijk beeld van zijn leven en werk.
Op 9 juni 1661 verklaarde hij 32 jaar oud te zijn, wat betekent dat hij werd geboren in 1628 or 1629. Hij was de zoon van de onfortuinlijke kunstschilder en lijstenmaker Isaack van Ruysdael en het neefje van de bekende landschapsschilder Salomon van Ruysdael. Hij groeide op in het Haarlemse schildersmilieu. Van Ruisdaels familie staat ook bekend onder de naam ‘de Goyer’ naar hun afkomst uit het Gooiland. Isaack veranderde echter zijn naam in Van Ruysdael. Alleen Jacob spelde de nieuwe familienaam met een i.[1] Zijn vader, zijn oom en hun kennissen, waaronder Jan van Goyen, hebben grote invloed gehad op de ontwikkeling van de schilder.
Van Ruisdael trad in 1648 toe tot het Haarlemse Sint-Lucas schildersgilde. De regels van het gilde geboden dat iemand eerst drie jaar de status van leerling kreeg en vervolgens minstens een jaar als ‘vrije gast’ werd aangeduid. Enkel vrije gasten hadden het recht hun werk te signeren. Omdat Van Ruisdael zijn werk vanaf 1646 signeerde was hij waarschijnlijk van 1643 tot 1646 leerling en vervolgens van 1646 tot 1648 'vrije gast'. Van Ruisdaels talent was op jonge leeftijd al duidelijk en we kunnen ervan uitgaan dat hij toegelaten werd tot het gilde zo gauw hij de minimumleeftijd van 20 had bereikt.

Er zijn verhalen dat Van Ruisdael in 1646 begon te reizen en dat dit resulteerde in een aantal schilderijen. Zo zou hij in 1646 met zijn vader naar Egmond aan Zee zijn geweest, waar ze beiden schilderden. In 1647 zou hij naar Naarden en naar Rhenen zijn geweest. In 1650 zou hij naar Bentheim aan de Duits-Nederlandse grens zijn vertrokken, waarvan hij samen met zijn vriend Nicolaes Berchem een groot aantal schilderijen van Kasteel Bentheim maakte. Vervolgens zou hij naar zijn familie in Alkmaar zijn gereisd. Het is echter hoogstwaarschijnlijk dat slechts enkele maanden in Bentheim is geweest en niet verder heeft gereisd.

Rond 1656 verhuisde Van Ruisdael naar Amsterdam, waar hij in 1659 burgerrechten kreeg. Hier woonde hij op verschillende adressen, onder meer aan de Kalverstraat en – volgens een vermelding in een kerkenraadprotocol uit 1657 – in de ‘Beursstraet inde Silvere Trompet’. Dit is het tegenwoordige Rokin, vlakbij de Dam.

In Amsterdam nam hij een aantal leerlingen aan. De meest succesvolle daarvan was Meyndert Lubbert (beter bekend als Meindert Hobbema). Rond 1660-1661 nam hij Hobbema mee naar de Duits-Nederlandse grens, een reis die grote impact had op de ontwikkeling van Hobbema. Ruisdael genoot hoog aanzien in Amsterdam. Na de dood van Govert Flinck in 1660 kregen Ruisdael, Jan Lievens, Jordaens, Jurriaen Ovens en Rembrandt door de gebroers Cornelis en Andries de Graeff de opdracht een aantal schilderijen te leveren voor de decoratie van het nieuwe stadhuis in Amsterdam.
Naast schilder schijnt Van Ruisdael ook te hebben gewerkt als chirurg. Er zijn mensen die beweren dat hij daarvoor ook opgeleid was en dat hij in 1672 promoveerde in de medicijnen in Caen, maar de meeste wetenschappers zijn het hiermee oneens. Hierover is dus veel onduidelijk hoewel een vaste hand van pas komt voor zowel een chirurg als voor een schilder.
Het is onduidelijk of de kunstenaar is gestorven in Haarlem of in Amsterdam, maar hij werd op 14 maart 1682 begraven in de St. Bavokerk. Ook zijn er verhalen dat Jacob van Ruisdael in armoede is gestorven, maar dit is waarschijnlijk een verwisseling met zijn neef Jacob Salomonsz. van Ruysdael (ca. 1630-1681), van wie het zeker is dat hij arm is overleden.

8 Jheronimus Bosch

Volledige naam Jheronimus Anthonissoen van Aken
Bijnaam Den Duvelmakere
Geboren circa 1450
Overleden augustus 1516
Geboorteland Hertogdom Brabant
Tegenwoordig Flag of the Netherlands.svg Nederland

Jheronimus Bosch ('s-Hertogenbosch, circa 1450 – aldaar begraven, 9 augustus 1516), postuum ook Jeroen Bosch of Hiëronymus Bosch genoemd, geboren als Jheronimus van Aken, was een Zuid-Nederlands kunstschilder behorend tot de Noordelijke renaissance. Hij ging de geschiedenis in als ‘den duvelmakere’ (de schepper van duivels) en als schilder van satirische voorstellingen, maar hij is vooral van betekenis als vernieuwer van de bestaande beeldtraditie. Hij gaf op vindingrijke wijze invulling aan bestaande motieven en bedacht een reeks van nieuwe composities. Het gevolg hiervan is dat de precieze betekenis van een deel van zijn werk vandaag de dag onbekend is. Hoewel hij al tijdens zijn leven een beroemd schilder was, en hij zelfs opdrachten van het hertogelijk hof in Brussel kreeg, is er vrij weinig over hem bekend. Hij was de derde zoon van de schilder Anthonis van Aken

Volgens Karel van Mander werd hij in 's-Hertogenbosch geboren. Zijn geboorte is echter niet gedocumenteerd. Mogelijk werd hij geboren in het huis van zijn grootvader, Jan van Aken, aan de Vughterstraat. De familie Van Aken was destijds een toonaangevende, Bossche schildersfamilie. Vrijwel alle familieleden van Jheronimus, of Joen zoals zijn roepnaam luidde, waren schilder, inclusief zijn oudere broer, Goessen. Hij groeide op in het huis dat zijn vader in 1462 aan de oostzijde van de Markt kocht en dat hij volgens de archivaris Jan Mosmans ‘In Sint Thoenis’ noemde. Een plaquette aan de buitenmuur van dit pand herinnert hieraan. Over zijn jeugd is verder niets bekend. In 1463 woedde er een grote brand in 's-Hertogenbosch, die Bosch als kind mogelijk heeft aanschouwd. Bij deze brand gingen 4000 huizen in vlammen op. In het latere werk van Bosch komen vaak stadsbranden voor.

7 Willem de Kooning

Willem de Kooning (Rotterdam, 24 april 1904Springs (New York), 19 maart 1997) was een Nederlands-Amerikaans abstract expressionistisch kunstschilder. De kunstafdeling van de Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen in Rotterdam werd ter ere van hem in 1998 de Willem de Kooning Academie genoemd.

Willem de Kooning werd geboren in Rotterdam op 24 april 1904. Zijn ouders waren Leendert de Kooning en Cornelia Nobel. Ze scheidden toen hij ongeveer 5 jaar oud was en zijn moeder en stiefvader voedden hem op. In 1916 begon hij in de leer bij een decoratieatelier/schildersbedrijf en begon hij met een avondcursus aan de Rotterdamse Academie. Hier kreeg hij het vak met de paplepel ingegoten en werkte zich gestaag op. In 1920 ging hij werken voor een interieurontwerper van een groot warenhuis (het huidige Metz te Amsterdam). In 1926 ging hij als verstekeling op een boot naar de stad New York, en ging wonen in Hoboken in New Jersey, waar hij werkte als huisschilder. Vanwege zijn vakmanschap als decoratie- en huisschilder verdiende hij een goed inkomen. Het maken van kunst was toen nog een nevenactiviteit. In 1927 verhuisde hij naar een studio in Manhattan en werd beïnvloed door de artiest, kunstkenner en kunstcriticus John D. Graham en de schilder Arshile Gorky. Gorky werd ook één van zijn beste vrienden.
In oktober 1935 begon hij te werken voor het Federal Art Project, een kunstproject van de overheid. Hij werkte voor dit programma, tot juli 1937 toen hij ontslag moest nemen omdat hij geen Amerikaans staatsburger was. Tijdens het project werkte hij aan een muurschildering onder mentorschap van Fernand Léger. Het project werd nooit voltooid omdat de opdrachtgever er afstand van nam nadat hij er achter was gekomen dat Léger (een communist) erbij betrokken was. Ondertussen had hij, na zijn brood te hebben verdiend in de vroege jaren van de Grote Depressie met commercieel werk, wel de kans gehad om zich volledig aan creatief werk te wijden.
Hij werkte zowel aan schilderijen als aan muurschilderingen, maar de muurschilderingen zijn nooit tot uitvoering gebracht. In 1938 maakte De Kooning, waarschijnlijk onder de invloed van Gorky, een serie verdrietige starende mannelijke figuren, zoals Two Men Standing, Man, en Seated Figure (Classic Male). In die tijd maakte hij ook veelkleurige abstracte schilderijen zoals Landscape en Elegy. Deze combinatie van figuren en abstracties ging door tot in de jaren 40, met zijn geometrisch weergegeven Woman en Standing Man.
In 1946, toen hij te arm was om schildersverf te kopen, schakelde hij over op zwart-witte huishoudemailles om een serie grote abstracties te schilderen; van deze werken zijn Light in August (1946) en Black Friday (1948), grotendeels zwart met witte elementen, terwijl Zurich (1947) en Mailbox (1947-48) wit met zwart zijn. Willem de Kooning werd bij insiders beschouwd als een groot talent, maar werd ook getypeerd als iemand die zijn schilderijen niet kon afmaken. Gertrude Stein bezocht in die tijd zijn atelier en had interesse voor zijn werk, maar Willem de Kooning vond haar dermate arrogant dat dit op niets uitliep. Bij een volgend bezoek zorgde hij wel dat zijn schilderijen nog minder af waren. Na zijn eerste tentoonstelling ontstonden complexe, uitbundige abstracties, zoals Asheville (1948-49), Attic (1949), en Excavation (1950), die weer kleur bevatten en die met grote overtuigingskracht alle problemen van de vrije associatie oplosten waar hij zolang mee had gevochten.
In 1938 ontmoette hij Elaine Fried met wie hij in 1943 trouwde. Zij werd ook een bekend kunstenares. Vanaf de jaren 40 werd hij steeds meer geïdentificeerd met de Abstract Expressionistische stroming en hij werd één van de aanvoerders ervan in het midden van de jaren 50. Hij had in 1948 zijn eerste tentoonstelling met zijn zwart-witte emaille composities in de Charles Egan Gallery in New York. Hij gaf les aan het Black Mountain College met John Cage, Buckminster Fuller en Josef Albers in Noord-Carolina in 1948. In 1950-51 gaf hij les aan de Yale School of Art.

6 Jan Steen

Volledige naam Jan Havicksz. Steen
Geboren 1626 ?
Overleden 1 januari 1679
Geboorteland Nederland

Jan Havickszoon Steen (Leiden, 1625 of 1626 – aldaar, begraven 23 februari 1679) was een Hollands kunstschilder uit de 17e eeuw, de tijd van de Noord-Nederlandse barokke schilderkunst. Humor, gewone mensen en uitbundig kleurgebruik kenmerken zijn werk.

Jan Steen was de zoon van Havick Steen, een koopman in graan en brouwer, en Elisabeth Capiteyn. Zij waren in 1625 als katholieken voor de schepen getrouwd en zijn naar alle waarschijnlijkheid pas daarna in een schuilkerk gehuwd. Jan was de oudste van acht kinderen.
Net als zijn nog beroemdere tijdgenoot Rembrandt van Rijn bezocht Jan Steen de Latijnse school in Leiden. In 1646 schreef hij zich in bij de Universiteit van Leiden, maar dat had waarschijnlijk meer met de privileges, zoals vrijstelling van burgerwachtdienst en drankbelasting, te maken dan met serieuze carrièreplannen. Hij kreeg in Utrecht schilderles van Nicolaus Knüpfer, een Duitse schilder van historische en figuratieve taferelen. Invloeden van Knüpfer kunnen worden gevonden in Steens gebruik van compositie en kleur. Een andere bron van inspiratie vormde Adriaen van Ostade, een schilder van het boerenleven, die in Haarlem leefde. Het is niet bekend of Steen ook daadwerkelijk leerling van Van Ostade is geweest.

5  Frans Hals

Volledige naam Frans Hals
Geboren ca. 1583
Overleden augustus 1666
Geboorteland Zuidelijke Nederlanden

Frans Hals (Antwerpen, ca. 1583 - Haarlem, augustus 1666) geldt als één van de belangrijkste Oude Hollandse Meesters. Hij werkte zijn hele leven in Haarlem en hij werd vooral bekend door zijn levendige en kleurrijke schuttersstukken en afbeeldingen van tijdgenoten. 

Hals werd in 1582 of 1583 geboren als zoon van de lakenkoopman Franchois Fransz. Hals (ca. 1542-1610) en zijn tweede vrouw Adriaentje van Geertenryck (Antwerpen ca. 1552 - Haarlem na november 1616) in Antwerpen maar de familie kwam uit Mechelen. Zijn vader was katholiek en lid van de schutterij. Zoals zoveel Zuid-Nederlanders in die tijd verhuisde het gezin rond 1586 naar Haarlem. Dirck, zijn jongste broer werd gedoopt in een protestantse kerk. Frans Hals was tot 1603 een leerling van Carel van Mander, in 1610 werd hij lid van het Sint-Lucasgilde en vanaf dat moment mocht hij ook leerling-schilders in dienst nemen. Zijn vroegst gedateerde werk is uit 1611 maar hij moet al veel eerder volleerd zijn geweest. In 1616 reisde hij naar Antwerpen om het werk van Rubens en Antoon van Dyck te bestuderen. De reguliere diensttijd in de plaatselijke schutterij was twee jaar maar Frans Hals diende van 1612 tot 1624. In 1616 schilderde hij zijn eerste schutterstuk en in 1639 zijn laatste. Deze laatste schuttersstukken vormen door hun veelzijdige gelaatsuitdrukkingen, de glimmende uniformen en de rijke kleurnuances tot het hoogtepunt in Hals' oeuvre. Frans Hals maakte ook deel uit van de Haarlemse rederijkerskamer.
Hals is tweemaal getrouwd: rond 1610 met Anneke Harmensdochter en in februari 1617 met Lysbeth Reyniers. Het laatste huwelijk werd voltrokken in Spaarndam en een paar dagen later werd zijn dochter Sara geboren. Hals heeft vijftien kinderen laten dopen en hij heeft vijf of zes zonen tot schilder opgeleid. Rond 1615 verkeerde Hals in dusdanige financiële moeilijkheden dat de voedster hem aanklaagde. De armoede zou hem zijn hele leven achtervolgen. Tussen 1620 en 1630 schilderde hij portretten van de elite. Hij schildert ze in al hun rijkdom en zelfvoldaanheid. Hij had mensenkennis; dat zie je aan zijn werken, vooral de latere. Tevens leidde hij diverse leerlingen op, zoals Philips Wouwerman. Eén van zijn schuttersstukken, De Magere Compagnie, is afgemaakt door Pieter Codde. Frans Hals staat bekend om zijn uitbundige stijl maar in zijn laatste jaren werd dat minder. De 17de-eeuwse schilder Matthias Scheits noemde hem "lustich van leven" en Houbraken beweert omstreeks 1720 enigszins malicieus,dat hij dagelijks gedronken zou hebben. Hiervoor ontbreekt echter het bewijs en eigenlijk zou men ook kunnen beweren dat het in tegenspraak is met de algemene waardering die hij onder zijn opdrachtgevers oogstte. En die opdrachtgevers waren zeker niet de minste: de gegoede burgerij, gilde- en schuttersverenigingen en zelfs de hoogste patriciërs van de stad Haarlem. Zijn beroemdste model was René Descartes. Op ongeveer 84-jarige leeftijd, na een carrière van bijna een halve eeuw overleed de kunstschilder in 1666. In de oude St. Bavo-kerk aan de Grote Markt in Haarlem ligt hij onder het koor begraven. In de 18de eeuw viel de artiest uit de gunst maar in de 19de eeuw werd hij herontdekt door de impressionisten, die vooral door zijn zelfstandige, zwierige en losse penseelvoering en intieme, raadselachtige dramatiek werden getroffen. In 1968 werd hij in de serie 'erflaters' afgebeeld op het Nederlandse bankbiljet van 10 gulden.

4 Piet Mondriaan

Volledige naam Pieter Cornelis Mondriaan
Geboren Amersfoort, 7 maart 1872
Overleden New York, 1 februari 1944
Geboorteland Nederland

Pieter Cornelis (Piet) Mondriaan (Amersfoort, 7 maart 1872New York, 1 februari 1944) was een Nederlandse kunstschilder en kunsttheoreticus, die op latere leeftijd in het buitenland woonde en werkte. Mondriaan wordt algemeen gezien als een pionier van de abstracte en non-figuratieve kunst. Vooral zijn latere geometrisch-abstracte werk, met de kenmerkende horizontale en verticale zwarte lijnen en primaire kleuren, is wereldberoemd en dient als inspiratiebron voor vele architecten en ontwerpers van toegepaste kunst. Hij was een van de belangrijkste medewerkers van het tijdschrift De Stijl en ontwikkelde een eigen kunsttheorie, die hij Nieuwe Beelding of neoplasticisme noemde. Hij is in het buitenland beter bekend als Mondrian, een wijziging die hij zelf invoerde nadat hij in Parijs was gaan wonen. 

3 Johannes Vermeer

Volledige naam Johannes Reyniersz. Vermeer
Bijnaam Sfinx van Delft
Geboren ged. 31 oktober 1632
Overleden begr. 15 december 1675
Geboorteland Nederland

Johannes Vermeer (gedoopt te Delft, 31 oktober 1632 - begraven aldaar, 15 december 1675) is een van de beroemdste Nederlandse kunstschilders uit de Gouden Eeuw. Hij werd in de 19e eeuw de Sfinx van Delft genoemd omdat er zo weinig details over zijn leven bekend waren. Vermeer had bovendien een voorkeur voor tijdloze, ingetogen momenten. Hij blijft raadselachtig vanwege de onnavolgbare kleurstelling en het verbijsterende lichtgehalte. Vermeers schilderijen, meestal genrestukken en een paar historiestukken, allegorieën en stadsgezichten, onderscheiden zich door een subtiel kleurgebruik en een ideale compositie. Hij gebruikte soms dure pigmenten en had een grote voorkeur voor ultramarijn en loodtingeel.

 

2 Vincent van Gogh

Volledige naam Vincent Willem van Gogh
Geboren 30 maart 1853 Zundert Vlag van Nederland Nederland
Overleden 29 juli 1890 Auvers-sur-Oise Vlag van Frankrijk Frankrijk


Vincent Willem van Gogh (Zundert, 30 maart 1853Auvers-sur-Oise, 29 juli 1890) was een Nederlands kunstschilder. Zijn werk valt onder het postimpressionisme, een kunststroming die het negentiende-eeuwse impressionisme opvolgde. Van Goghs invloed op het expressionisme, het fauvisme en de vroege abstractie was enorm en kan worden gezien in vele andere aspecten van de twintigste-eeuwse kunst. Het Van Gogh Museum in Amsterdam is gewijd aan het werk van Van Gogh en zijn tijdgenoten.

Van Gogh wordt tegenwoordig gezien als een van de grote schilders van de 19e eeuw. Deze erkenning kwam echter pas laat. Tijdens zijn leven werd er waarschijnlijk maar één schilderij verkocht: De rode wijngaard (Poesjkinmuseum in Moskou). Anna Boch, een Belgische kunstenares en zus van zijn vriend dokter Eugène Boch kocht het voor 400 frank op de expositie van de Brusselse Les XX in 1890, een paar maanden voor Van Goghs dood. Voordien had de Belgische mecenas Henri Van Cutsem (1839-1904) twee tekeningen gekocht van Vincent van Gogh, waaronder Olijfbomen in Montmajour (door hem geschonken aan het Museum voor Schone Kunsten in Doornik), een der eerste tekeningen gemaakt door Van Gogh in de Provence.
Er verliepen maar drie jaar tussen zijn zwaarmoedige De aardappeleters (1885) en de kleurenexplosie in het zuidelijke Arles (1888). Van Gogh produceerde al zijn werk in slechts tien jaar, voordat hij begon te lijden aan een zenuwziekte en, naar men algemeen aanneemt, zelfmoord pleegde. Zijn roem groeide na zijn dood snel. 

1 Rembrandt van Rijn


Volledige naam Rembrandt Harmenszoon van Rijn
Geboren Leiden, 15 juli 1606 of 1607
Overleden Amsterdam, 4 oktober 1669
Geboorteland Prinsenvlag.svg Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden

Rembrandt Harmenszoon van Rijn (Leiden, 15 juli 1606 of 1607Amsterdam, 4 oktober 1669) was een Nederlands kunstschilder. Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste Hollandse meesters van de 17e eeuw. Rembrandt vervaardigde in totaal ongeveer driehonderd schilderijen, driehonderd etsen en tweeduizend tekeningen, met als bekendste werk De Nachtwacht (1642). Zijn werk behoort tot de barok en is zichtbaar beïnvloed door het caravaggisme, alhoewel hij nooit in Italië is geweest. Zijn opmerkelijke beheersing van het spel met licht en donker, waarbij hij vaak scherpe contrasten (clair-obscur) neerzette om zo de toeschouwer de voorstelling binnen te voeren, leidde tot levendige scènes vol dramatiek.

Rembrandt beschouwde zichzelf vooral als een historie- en portretschilder. Hij was een zelfverzekerde man die in alle levensfasen door iedereen bewonderde zelfportretten maakte. Zijn honderd geschilderde en twintig geëtste zelfportretten geven een opmerkelijk scherp beeld van zijn uiterlijk en zijn gevoelens. Hij beeldde zichzelf af als de apostel Paulus en zette zichzelf in zijn zelfportret uit 1658 neer als een koning uit het Oosten.
Behalve zijn vrouw Saskia van Uylenburgh, en zijn zoon Titus van Rijn zijn ook zijn huishoudsters, vriendinnen Geertje Dircx en Hendrickje Stoffels nadrukkelijk in zijn schilderijen aanwezig; zij hebben gefungeerd als model voor bijbelse, mythologische of historische figuren.